De Eerste Intrekkers, 1839

Die onderstaande inskrywing handel oor die eerste blanke intrekkers in die huidige Boshof-distrik, Oranje Vrystaat.

Die persone in hierdie verhaal pas só in ons familiegeskiedenis in:

Oupa Frederik Lodewyk ‘Fred’ GAUM 1917-1989
sy pa Frederik Lodewyk GAUM 1865-1941
sy ma Isabella Elisabeth Susanna SMIT circa 1836-1911
haar ma Aletta Wilhelmina FOURIE 1817-na 1852
haar pa David Stephanus FOURIE 1784-sterfdatum onbekend

Onderaan die inskrywing is ‘n uiteensetting van David Stephanus FOURIE se kinders asook die tersaaklike skoonseuns.

DE EERSTE INTREKKERS

De eerste intrekkers in dat deel van Oranje dat nu bekend staat onder den naam van het district Boshof, waren David Stefanus Fourie, Gert Petrus Jacobs (schoonzoon van D.S. Fourie) en Johannes Petrus van Zijl (ook schoonzoon van D.S. Fourie).

Deze mannen waren uit het district Beaufort West in deze gewesten aangekomen in Juli 1839.

Zij sloegen hunne tenten op aan de Modderrivier, in de nabijheid van Wolvespruit, en vertoefden in die buurt voor een tijd, om eerst een onderzoek in te stellen naar den toestand en de geaardheid des lands. Daar lieten de mannen hun vrouwen en kinderen achter, en kwamen naar Van Wijks Vlei (thans het dorp Boshof), destijds in bezit van David Danster, den kapitein der Korannas, met ‘t doel om van hem eenige plaatsen te ruilen waarop zij zich konden nederzetten.

Deze plaats, Van Wijks Vlei, had haar naam ontleend aan eenige basterds, Van Wijk geheeten, die van tijd tot tijd daarheen kwamen om te zaaien, omdat de grond vruchtbaar was, en voorsien van een rijken voorraad van water. ‘t Is waarschijnlijk dat David Danster deze gronden had geërfd van zijn vader.

Daar aangekomen, kampeerden Fourie, Jacobs en Van Zijl op den kleinen heuvel, naby de oude fontein, waar Danster een stuk gronds in het ruige gras liet schoonmaken voor het oprichten van paalhuizen voor de Boeren.

As gevolg van de onderhandeling met den Koranna-kapitein, werden drie plaatsen van hem geruild, namelijk: Van Wijks Vlei, door D.S Fourie; Kameelfontein, door J.P. van Zijl; en Tweefontein, door G.P. Jacobs.

Van Zijl was spoedig verplicht zich van Kameelfontein te verwijderen, aangezien de dichte bosschen en het hooge gras in die buurt de schuilplaats waren van allerlei soorten wilde dieren, die het voor vee en menschen gevaarlijk maakten. Hij ruilde om die reden de plaats Nooitgedacht, later Kelderfontein genoemd, en ging daar wonen.

Om u een denkbeeld te geven van de waarde van grond in die dagen, kan worden vermeld dat Fourie voor Van Wijks Vlei een rijpaard gaf, genaamd “Nuchter”. Kameelfontein werd geruild voor acht schapen en Tweefontein voor ongeveer denzelfden prijs. En elk dezer plaatsen telde duizende morgen gronds. Toch geloof ik, dat Danster tamelijk in zijn schik was met “Nuchter” en die zestien schapen, al had hij daarvoor een groot deel van zijn gebied afgestaan. Grond was goedkoop in die dagen!

Later trad Fourie weer in onderhandeling met Danster, en verkreeg van hem een groote uitgestrektheid gronds, voor betrekkelijk geringen prijs. Gij krijgt eenigszins een idee van de reusachtigheid van deze transactie, wanneer ik u een beschryving geef van de grenzen van deze gronden.

Van Paardeberg, waar in Februari 1900 Cronjé met 4000 man 10 dagen lang weerstand bood aan 40,000 van den vijand – van Paardeberg langs Modderrivier op tot waar Doornspruit inloopt; met Doornspruit op tot waar Laaispruit in Vetrivier vloeit; van daar langs Vetrivier af tot waar deze zich vereenigt met de Vaalrivier; van dat punt met de Vaalrivier als grens tot onderkant de “Zoutpan”; en dan met een rechte lijn door Benauwdheidsfontein weer terug na Paardeberg.

Wat een gebied! Een tamelijk groot koninkrijk! Omtrent 90 mijl lang, en 80 breed! Een streek, rijk in verscheidenheid, en bij uitnemendheid geschikt voor de veeteelt. Een land waarop later diamantmijnen werden ontdekt!

Heerschende over deze schone streek, met haar uitgestrekte vlakten, waarop troepen van allerlei soorten van wild graasden, met haar groene heuvelen en vruchtbare dalen, waardoor zilveren stroomen zich kronkelden, met haar prachtige houtbosschen en diepe pannen, waar vogelen van verschillende kleur en verder tierden, en zongen en raasden, -met haar twee reuzenstroomen om Noord en Zuid de wacht te houden; heerschende over zulk een rijk en schoon gebied, was David Fourie inderdaad een koning! Ongekroond maar ook ongebonden! Zonder troon maar ook zonder terging. Een man onafhankelijk en vrij. Met ruimte om adem te halen en zich uit te breiden!

Zijn recht kon niemand betwisten.

En was het niet, dat de koopbrief van deze gronden later op onverklaarbare wijze zoek is geraakt, dan waren de kinderen en erfgenamen van Fourie heden waarschijnlijk rijk in de goederen dezer wereld!

Van dit ruim gebied, door Fourie van Danster verkregen, werden van tijd tot tijd plaatsen verruild of verkocht aan andere Boeren.

‘Doornbult’ werd afgestaan aan de weduwee Elizabeth Susanna Joubert voor een os.

‘Koppiesfontein’ kwam in handen van Hans Jacobs, schoonzoon van David Fourie, voor acht schapen.

‘Koekemoersfontein’, ‘Rietkuil’ en ‘Elandsfontein’ te zamen, werd het eigendom van Dirk Gustavus Coetzee voor 150 schapen en 12 ossen.

Voorwaar geen winstgevende speculatie! De Afrikaner Boer heeft nooit in het speculeeren uitgemunt. Het is alsof het hem niet eigen is. Hij is meer thuis bij zijn vee, zijn ploeg, zijn Bijbel, en – zijn koffie! De aandeelenmarkt heeft voor hem nooit veel aanlokkends gehad. Zal iemand durven zeggen, dit is een gebrek?…..

Na den dood van David Fourie, waren zijn zoon, Piet S. Fourie, en zijn schoonzoon, Willem Smit, de erfgenamen van al de gronden, die niet door den vader waren verkocht of verruild. En zoo zijn hun de snoeren in liefelijke plaatsen gevallen, zegt gij.

Toch niet, mijn lezer! Wensch ze niet zoo spoedig geluk. Het eigendomsrecht berust eigenlijk in een document. En zoodanig document kan uit de handen raken. En in dit geval is dit ongelukkig werkelijk gebeurd!

Na den slag van Boomplaats in Augustus 1848 kwam Majoor Warden – wiens kinderen nu nog in het ditrict Ladybrand wonen, en goede Vrijstaatsche burgers waren – naar Bloemfontein als vertegenwoordiger van de Britsche Regeering tijdens de Souvereiniteit. Willem Smit ging toen naar Bloemfontein met den koopbrief van gemelde gronden, ten einde het recht der kinderen daarop boven allen twijfel te verheffen. Maar op de eene of andere wijze is de koopbrief hem uit de handen geraakt, terwijl hij van de verlies geen bevredigende oplossing kon geven. Hij toonde zich later ook vrij onverschillig omtrent het eigendomsrecht.

Omtrent 12 jaar geleden zag Piet Fourie dezen koopbrief in het Museum te Bloemfontein! En niemand kan verklaren hoe die daar kwam!

Nadat de onafhankelijkheid van den Vrijstaat was hersteld, werden de gronden die nog openlagen op “request” aan anderen uitgedeeld.

KINDERS VAN DAVID STEPHANUS FOURIE

David Stephanus FOURIE (s.v. Petrus Jacobus FOURIE en Dina Johanna Adriana DE BEER), gedoop Tulbagh 7 Maart 1784 -sterfdatum onbekend.
Trou op 5 Desember 1802 met Isabella Elisabeth JANSE VAN RENSBURG (d.v. Willem JANSE VAN RENSBURG en Maria Catharina VAN STADEN), gedoop Kaapstad 16 Maart 1788 – sterf Nieuweveld-wyk, Beaufort, 31 Mei 1844.

Kinders:

  1. Catharina Maria, gedoop Graaff-Reinet 24 Augustus 1806, trou met Johannes ‘Hans’ Jacobus JACOBS
  2. Dina Johanna Adriana, gedoop Graaff-Reinet 3 September 1809 -jonk oorlede
  3. Isabella Elisabeth, gedoop Graaff-Reinet 10 Februarie 1811, trou met Pieter Daniel JACOBS
  4. David Stephanus, gedoop Graaff-Reinet 28 Februarie 1813 -jonk oorlede
  5. Maria Aletta, gedoop Graaff-Reinet 28 Februarie 1813, trou met Gert Petrus JACOBS
  6. Dina Johanna Adriana, gedoop Graaff-Reinet 4 Augustus 1816, trou met Johannes Petrus VAN ZYL
  7. Aletta Wilhelmina, gedoop Graaff-Reinet 15 November 1818, trou met Willem SMIT
  8. Jacoba Jacomina, gedoop Graaff-Reinet 15 November 1818 -vermoedelik jonk oorlede
  9. Petrus ‘Piet’ Stephanus Zacharias, gedoop Beaufort-Wes 3 November 1822 -sterf Boshof, 22 Januarie 1901
  10. Louisa Susanna, gedoop Beaufort-Wes 5 Februarie 1826, trou met Albert VAN DER WESTHUIZEN
  11. David Stephanus, gebore circa 1828 -sterf Johannesburg 16 Augustus 1889

BRONNE

  1. De Villiers, C.C. and C. Pama, editors. Geslagsregisters van die ou Kaapse Families. 1st edition. 3 volumes. Cape Town: A.A. Balkema, 1966
  2. P.S. van Heerden, Herinneringen uit den tijd der Vrijstaatsche Voortrekkers (Stellenbosch: Pro Ecclesia, 1908)
  3. The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. “FamilySearch Family Tree.” Database. FamilySearch. https://www.familysearch.org